Pijnboom en rouwspaan
Heel vroeger was het gebied waar nu onze begraafplaats is gesitueerd een in- en uitgaand waddengebied. Er waren zand- en schelpen ruggen. Een plek waar de grove den of ook wel de pinus prima gedijt. Nu, zoveel jaar later, staan ze hier weer, fier met de kop in de wind. En wat voor kop. De pinus is een prikkelbaar wezen, blijft groen waar de rest haar blad laat vallen. Staat voor weerbaarheid en kracht, heeft naalden in paren van twee, als yin en yang, en betekent prikken en rots. In Nederland noemen we deze den de pijnboom. Bijzonder dat juist deze boom hier op deze plek staat. Zo dicht bij de zee, waar veel van de pinus voorgangers een rustplek vinden in de scheepsmasten van de boten. Want dat is óók een kenmerk van deze pijnboom. De stam loopt helemaal van de wortels tot de kruin in één geheel. Sterk en recht. Fier in de wind om de klappen op te vangen van de golfslag, de zeilen bol te houden om te varen op de wind die waait. Het doet mij denken aan een roeiboot met twee houten roeispanen. Eén voor rouw en één voor het leven. Als wij mensen met rouw te maken krijgen, roeien we met de rouwspaan. We maken dan rondjes en lijken niet verder te komen. Keihard werken met steeds weer hetzelfde uitzichtloze uitzicht. Totdat we de rouw meer mogen gaan betrekken bij het leven. Het leven ook mee mag gaan roeien. Dan wordt opeens het uitzicht anders. Niet meer zoals voorheen, maar anders. Zomaar een mijmering bij deze stoere robuuste bomen. Als reminder dat de kracht uit ons innerlijk komt van wortels tot kruin. Er altijd is. Rotsvast. Daar roeiend en vol vertrouwen naar op zoek, al doet het vaak nog zoveel pijn boom.
Jacco
Geplaatst in Alle berichten, Columns, Geestmerloo, Natuur